" alt="banner-image">

Aardappelteelt

Rassenverdeling: het maken van nieuwe rassen

Om aan de uiteenlopende wensen van telers, fritesproducenten, producenten van aardappelproducten en consumenten in de verschillende landen te voldoen zijn er in de loop van de tijd veel verschillende rassen ontwikkeld. Wereldwijd bestaan wel 5000 rassen, waarvan enkele honderden ook daadwerkelijk geteeld worden. Er wordt voortdurend gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwere, nog betere rassen. Op deze pagina vertellen we je er meer over.

Het creëren van een nieuw ras, in de aardappelsector ook wel kweekwerk genoemd, kost veel tijd en kent drie fasen: kruisen, uitzaaien en selectie. Hieronder beschrijven we hoe het hele proces in zijn werk gaat.

Kruisen

Zoals bij veel soorten, ontstaat ook een nieuwe aardappel uit een kruising tussen twee planten: de vader- en de moederplant. Kwekers laten de planten om hoog groeien, net als een tomatenplant. Net als een tomatenplant heeft een aardappelplant bloemetjes . Door het stuifmeel van het bloemetje over te brengen op het bloemetje van een andere plant, komen uit de bloemen besjes. In deze bessen zitten de zaadjes van het nieuw gekruiste ras.

Waar schoolmeester de Vries, de maker van het Bintje, eind 19e eeuw misschien een tiental verschillende kruisingen per jaar maakte, werken moderne veredelingsbedrijven vandaag de dag met zo’n 100.000 nieuwe aardappelkruisingen per jaar. Deze bedrijven zijn continu bezig om nieuwe rassen te ontwikkelen die nog gezonder en sterker zijn en beter aansluiten op de wensen van telers, consumenten en de verwerkende industrie.

Uitzaaien en selectie

Uit de circa 100.000   kruisingen die per jaar worden gemaakt wordt aardappelzaad gewonnen. Dit wordt weer uitgezaaid, waarna kleine knolletjes groeien aan de planten. De kwekers selecteren de beste plantjes. Na jaren van vermeerderen en selecteren op proefvelden over de hele wereld komen de planten in beeld die geschikt zijn om een ras te worden

Tijdens de selectie wordt naar de teelteigenschappen van de aardappel gekeken, zoals opbrengst, gevoeligheid voor ziekte en de bewaarbaarheid. Ook de vorm is belangrijk. Voor frites moet de aardappel lang en ovaal zijn, bij chips juist mooi rond, terwijl de consument vooral een gave schil wil en geen diepliggende ogen. Dat is lastig voor het schillen. Maar vooral de na-oogsteigenschappen zijn bepalend: verkleurt hij niet na het schillen of snijden? Hoe is de droge stof verdeeld binnenin de knol? Hoe is de textuur en hoe is de smaak van het ras? Op deze manier worden steeds betere aardappelrassen ontwikkeld. Het proces om een nieuw aardappelras te ontwikkelen duurt lang, ongeveer 11 jaar. Dat betekent dat nu al keuzes gemaakt moeten worden voor raseigenschappen die pas over 11 jaar beschikbaar komen.

Zaaien

Tot op heden wordt van aardappelrassen altijd de knol vermeerderd en doorverkocht aan de telers van aardappels. Er bestaat ook zogenaamd True Potato Seed (TPS). Met True Potato Seed wordt het mogelijk aardappels te zaaien in plaats van knollen te planten. In theorie wordt de distributie hierdoor veel gemakkelijker, omdat zaadjes minder volume innemen dan pootaardappelen. Nederlandse kwekers werken aan rassen uit aardappelzaad. De verwachting is echter dat pootaardappelen de markt voorlopig blijven domineren.