Wel of niet schillen

Van oudsher is het de gewoonte om aardappels te schillen. Alleen nieuwe, net geoogste aardappels werden vaak “geschrabd” en deels met de schil gegeten. De iets oudere aardappels ontwikkelden een dikke schil waar bovendien vaak klei aan kleefde. Schillen was dan het devies.

De aardappels die tegenwoordig in de supermarkt liggen behouden ook later in het seizoen een dunne schil. Dit is te danken aan de grote verbetering in de bewaarplaatsen van aardappels. Ook zijn alle voorverpakte aardappels in de supermarkt al gewassen.
De vraag om wel of niet te schillen is nu alleen nog een kwestie van smaak, gemak en voedingswaarde. De meeste gerechten kunnen heel goed met een aardappel 'in de schil' worden bereid. Het gemak van niet hoeven schillen spreekt voor zich.

Ook de voedingswaarde speelt een rol. In de schil zitten namelijk veel vezels. Eten met de schil vergroot daarmee de bijdrage die aardappels leveren aan de inname van voedingsvezel. Dat is niet onbelangrijk, want slechts weinig mensen halen in Nederland de door het Voedingscentrum aanbevolen inname van voedingsvezels. Bovendien zorgt de schil ervoor dat tijdens het koken de wateroplosbare vitamines niet verdwijnen maar in de knol blijven. 
Een extra argument kan ook zijn dat je door het eten van de schil minder voedsel weggooit.

Een veelgestelde vraag is: 'Als je aardappels ongeschild eet, moet je ze dan nog wassen?
Het mag, maar het is niet nodig. Ze zijn door de verpakker al grondig gewassen en je zult zien dat er thuis vrijwel geen vuil meer vanaf komt.