Aardappelrassen

De ene Merlot is de andere niet, daarover hoeven we niet te twisten. De bodem, de hoeveelheid water, de temperatuur tijdens de rijping, het oogstmoment: allemaal zaken die, nog los van het vinificatieproces, van invloed zijn op de smaak van wijn. Zo is het ook bij aardappels. Ongeveer 60% van de smaak van een ras is genetisch bepaald. De overige 40% wordt beïnvloed door zon, water, temperatuur en bodem. 

Er zijn enorm veel rassen ontwikkeld voor de teelt. Deze variatie is nodig omdat verschillende teeltgebieden in Nederland, Europa en wereldwijd verschillende eigenschappen van de rassen vragen en omdat consumenten verschillende bereidingswijzen zoeken. 

Zo worden bijvoorbeeld andere rassen geteeld op zandgrond dan op kleigrond en weer andere rassen in het noorden van Europa dan in het zuiden.

Voor de diverse bereidingen van de aardappel zijn ook weer verschillende kooktypes en daarmee rassen nodig.  Zo zijn aardappels waarvan frites wordt gemaakt (redelijk kruimige types) vaak van andere rassen dan de zogenaamde ‘tafelaardappel’ die je vers in de winkel koopt (kruimig of vastkokend).